Search form

UG Laboratorium voor Toxicologie/Ref4U

Contact details
Traineeship proposition
Abstract
Testimony
Admin
Abstract bachelor project 2017-2018Robustness against changes in the design for equilibrium dialysis of the free thyroxine reference measurement procedure

Abnormal thyroid function has important public health consequences. Disagreement between results from different free thyroxine (fT4) methods has been a problem that limits their clinical utility. Not necessarily for diagnosis and/or monitoring of patients, but e.g. for establishing common reference intervals and clinical decision limits, to develop evidence-based clinical practice guidelines and application of consistent standards of medical care.

To reach a solution, a reference measurement procedure (RMP) for fT4 was developed based on equilibrium dialysis isotope dilution-liquid chromatography-tandem mass spectrometry. The equilibrium dialysis (ED) part of the RMP has to adhere to strictly determined parameters. In this project a robustness study evaluates the performance of different ED materials to prove their suitability for analytical inter-laboratory studies.

A set of parallel tests was performed with the endorsed RMP against the introduction of new ED-materials (i.e. other cell designs or differences in membrane cut-off). The results show that the ratio between the volume of sample per area of exposed membrane has a big influence on the time needed to reach equilibrium. The best suited cells for the procedure – Dianorm Macro 1 S - were the ones with a bigger ratio. An increase in the molecular weight cut-off of the membrane (from 5 kDa to 10 kDa) was also proved possible.

Given the influence of the cell’s design on the dialysis’ time, a study to determine the time needed to reach equilibrium is advised for all different cell-types prior to their use in the RMP.

 
Abstract bacheloproef 2016-2017Development and primary validation of a candidate reference measurement procedure for reversed triiodothyronine
This bachelor thesis can be seen as a preparative step for developing and validating the eventual reference measurement procedure for rT3. This procedure will likely be published by the Ref4U of the UGent. This RMP for rT3 can aid to the study of positive involvement of T3 and rT3 measurements, in diagnosis and monitoring of patients with thyroid disease.. Especially for people who, after treatment, still have no relief of symptoms. The ratio of T3 and rT3 can also help to explain a wrong metabolism which TSH and FT4 can’t do. For now this procedure is in its early stages. The procedure consists of a protein precipitation whereafter the analyt is extracted using double liquid/liquid extraction etylacetate. The detection of the analyte is done using liquid chromatography – Tandem Massa spectrometrie. For the primary validation of the procedure the precision was determined by using the CLSI EP 5 manual. The imprecision calculated complies with the predetermined criteria, i.e. a total coefficient of variation below 5% and a within run coeffficient of variation below 2,5%. For the trueness of the procedure it can be said that for now only relatively high concentrations of rT3 can be measured with high reliability. More experiments are needed to find out what the reasons are and how to improve the method. In addition, the method needs optimization in order to make it robust enough to also measure other matrixes such as pools or samples based on depleted serum. 
 
Abstract bachelorproef 2015-2016Integration of a quantitative method for the determination of GHB in a toxicological routine laboratory

The aim of this bachelor thesis is to integrate a method for a quantitative determination of GHB in a routine laboratory. The method, which is already developed and validated, has to be transferred to the GC-MS in the routine laboratory. After validation, the determination of GHB can be added to the scope of ISO 17025 accreditation. With this accreditation the Laboratory of Toxicology proves that it works with a good functioning management system and that the obtained results are reliable.

The original method is completely validated. Hence to integrate this method in the routine toxicological laboratory only the instrument specific characteristics have to be validated. Consequently the limit of detection (LOD), limit of quantification (LOQ), linearity, accuracy and precision were tested. 

No tests were performed for the LOD and LOQ. The LOD was determinated on 1 µg/ml in the original methode. Because the Laboratory of Toxicology works with a cut-off level of 5 µg/mL no additional experiments were performed. Only the signal to noise ratios for the lowest calibrator and the calibrator closest to the cut-off level were verified in order to confirm that these meet the specifications for LoD and LoQ respectively. The results of the S/N ratio of the LOD and LOQ were both higher than the criteria of respectively three for the LOD and five for the LOQ.

A six-point calibration curve was tested for five days, and its linearity was evaluated. Finaly, we used weighted lineair regression (1/x2) to calculate the results. Note, at each concentration level, the response was corrected for the response of the blanc.

To test the accuracy and precision three quality control (QC) samples were made, independent from the calibration curve. They were tested for five days in a row together with the calibration curve. Quality specifications were: a bias within ± 15% (within ± 20% for the lowest calibrator) and a preciosion, expressed as CV, less than 15% (or 20% for the lowest calibrator).

The results for two of the three QC samples are between the criteria for accuracy, only for the lowest sample, the accuracy is borderline. More measurements are needed to increase the confidence in the result. Also for the precision, although the results are below the specifications, from a statistical point of view more measurements are needed to confirm these observations. Finally, results calculated with the calibration curve were compared with results calculated via 1-point calibration. The rationale was that, the 1-point calibration curve would be the routine labortories first screening test. If a results is higher than the cut-off level, it would be quantitated with using a calibration curve. We could prove that results calcualted in either way are comparable, and the conclusions made for accuracy and precision are similar.

 
Samenvatting eindwerk 2012-2013: Uitbouw van een UV-spectrale bibliotheek voor vloeistofchromatografische analyses van toxicologisch
relevante stoffen in plasma en serum
De uitdaging waar het in deze bachelorproef om gaat, is het verder uitbouwen van de UV-spectrale bibliotheek voor vloeistofchromatografie. Dit specifiek gericht op analyses van toxicologisch relevante stoffen in plasma en serum. Het labo toxicologie van de Universiteit Gent richt zijn dienstverlening hoofdzakelijk op analyses voor het gerecht. Er wordt dus gestreefd naar een optimale accuraatheid en reproduceerbaarheid van de bekomen resultaten. Om dit te blijven garanderen doet het labo heel wat onderzoek en investeringen. De vraag waar deze tekst vooral rond handelt is of een interne standaard de reproduceerbaarheid van de HPLC-DAD configuratie ten goede zou komen en of dit in vergelijking met de methode waarbij het extractierendement in rekening wordt gebracht een relevante verbetering met zich meebrengt.
Omdat ieder labo een andere manier van werken heeft, is het belangrijk eerst kennis op te doen van de gebruikte methodes en apparatuur. Dit verliep erg vlot door de kennis van de begeleidende stagementoren. Er werd gezorgd dat er voldoende literatuur was om alle verworven informatie wetenschappelijk te onderbouwen. Zo kwam ook de literatuurstudie van deze bachelorproef snel tot stand. Omdat er vooral gebruik wordt gemaakt van chromatografische technieken zijn ook de reagentia van groot belang. De gebruikte reagentia dienen steeds ‘HPLC-grade’ te zijn.
Om de performantie van de HPLC-DAD configuratie te monitoren wordt dagelijks gebruik gemaakt van een standaard controleoplossing van cafeïne. Deze methode werd verder uitgewerkt door ze grafisch te gaan verbeteren. Dit is belangrijk om snel mogelijke afwijkingen op te sporen, zo blijft de kwaliteit gegarandeerd. Nadat deze extra controle op punt stond werd ook gekeken of de bestaande methode van extractierendementen kon worden uitgebreid voor enkele toxicologisch relevante componenten. De meeste zijn echter al gekend en de lijst blijft dus eerder beperkt.
Het vinden van een interne standaard voor een methode die zowel als screening als bevestiging wordt gebruikt verliep niet zonder problemen. Dit onder andere door het groot aantal mogelijke componenten dat kan gebruikt worden. Dankzij literatuur werden er enkele kandidaat interne standaarden geselecteerd. Prazepam en 5-(4-methylphenyl)-5-phenylhydantoine overleefden de interferentietesten niet. Protriptyline hydrochloride leek wel een goede mogelijkheid en ook bij de stabiliteitstesten in organische solventen bleef de stof in de running tot mogelijke interne standaard. Een beperking bij protriptyline hydrochloride is dat de stof mineure afbraak verschijnselen vertoonde in het plasma dat gebruikt werd als matrix. Protriptyline hydrochloride werd ook gebruikt in een gerechtelijke casus om na te gaan of de interne standaard ook voor de matrix vol bloed geschikt was.
De conclusie die men kan maken tussen het gebruik van extractierendementen of een interne standaard is dat in de matrix plasma beide methodes aan elkaar te toetsen zijn. In vol bloed en dus ook voor routine onderzoek zal verder onderzoek noodzakelijk zijn, de methode staat nog niet ver genoeg om standaard gebruikt te worden.
 
Samenvatting eindwerk 2005-2006: Validatie van een gaschromatografische methode met headspace bemonstering voor de kwantitatieve bepaling van ethanol in bloed
Eén luik van het toxicologisch onderzoek is de bepaling van alcohol in bloed. Het ethanolgehalte kan bepaald worden door middel van drie verschillende technieken. Een enzymatische methode, de wettelijk methode Casier-Delaunois en de gaschromatografische methode. De wettelijke methode is van toepassing sinds 10 juni 1959. Graag zou men overstappen naar een nauwkeuriger en minder omslachtelijke methode, namelijk een gaschromatografische methode met headspace bemonstering. Deze methode wordt reeds toegepast ter controle op de Casier-Delaunois. Er is reeds een voorstel voor wijziging van het Koninklijk Besluit klaar. Deze vraagt een validatie van de GC-HS. Men kiest niet voor de enzymatische methode aangezien deze ook gevoelig is voor interferentie met andere stoffen.
Net voor het experimentele deel wordt een theoretisch overzicht gegeven over de verschillende technieken die gebruikt worden voor de bepaling van ethanol in bloed. Hierbij worden ook de voor- en nadelen aangehaald. In het praktisch gedeelte wordt de validatie nader toegelicht.
 
Samenvatting eindwerk 2004-2005
Bij toxicologische analyses is het de bedoeling om exogene stoffen uit biologische stalen te detecteren. Hierbij is het belangrijk dat men kan zeker zijn van de getrokken besluiten. Verkeerd geïnterpreteerde resultaten kunnen leiden tot verkeerde conclusies waardoor een onjuist verslag wordt doorgegeven aan de onderzoeksrechter en hij op het misse spoor gaat zoeken. Automatisering van de identificatie minimaliseert de kans dat er bepaalde stoffen over het hoofd zouden gezien worden. Maar bij automatisatie van identificatie zijn bepaalde vergelijkingspunten noodzakelijk. Eén luik van het toxicologisch onderzoek is de identificatie van stoffen met behulp van de hoge performantie vloeistofchromatografie (HPLC) gekoppeld aan een diode array detector (DAD). Het identificeren van relevante gebeurt hier aan de hand van een spectrum in combinatie met de retentietijd. Om stoffen ondubbelzinnig te kunnen identificeren moet men hun gegevens met genoeg andere gegevens van verschillende stoffen kunnen vergelijken. Hoe meer stoffen er zijn waarmee kan vergeleken worden, hoe meer zekerheid op het juiste resultaat. Daarom is het aanmaken van een bibliotheek een belangrijk aspect waar toch de nodige aandacht vereist is. Wanneer de resultaten verkeerd opgeslagen worden, dan blijft men deze fout jaren lang, zolang de bibliotheek gebruikt wordt, maken. Om te beginnen wordt een situatieschets gegeven over de gerechtelijke toxicologie en hoe stalen op het onderzoek kunnen voorbereid worden. Ook de soorten stalen en andere gebruikte routinetesten worden in het volgend deel besproken. Bij wijze van introductie in de techniek worden in het deel daarna eerst de belangrijkste aspecten van HPLC en DAD aangehaald waarna dan het experimentele deel beschreven wordt. Op her einde wordt aan de hand van een aantal casussen de bruikbaarheid van de bibliotheek aangetoond.

Address

Harelbekestraat 72
9000 Gent
Belgium

Contacts

Katleen van Uytfanghe
Christophe Stove
Zoekopdracht
Klassiek
Via Map